Ouagadougou, 16 januari 2011

 

Wees voorzichting met wat je wenst; je kunt het krijgen. De afgelopen zomer en herfst werd ik geplaagd door een ontsteking in het bot boven een voortand. Vele malen vervloekte ik de plaats van de ontsteking; "zat het maar achterin mijn mond en niet recht in mijn gezicht", dacht ik. Binnen een week na aankomst in Mali was mijn wens vervuld. Rechts achter, bovenin, was een kloppend gezwel onstaan. Nou had ik in de desbetreffende kies al twee keer een zenuwbehandeling ondergaan. De ellende zat dus weer in mijn kaak. In het ziekenhuis van Djenne trekken ze alleen zonder verdoving, en daar ben ik te laf voor. Een dieet van pijnstillers en rum maakte het leven dragelijk, maar ik was vrolijk noch schrijflustig. Hieronder een paar notities, geschreven tussen het kloppen door.

 

 

 

Ontbijt in de tuin van DjenneDjenno

Djenne, 14 december 2010

 

Het hotel is leeg. Er zijn geen gasten en Sophie is gister naar Bamako vertrokken. Vandaag vliegt ze naar Tunesie waar haar man Keita een stamceltransplantie heeft ondergaan, voor een vacantie van drie weken. Heerlijk rustig dus, slechts kwetterende vogeltjes, wat geruis van personeel dat doet alsof het werkt en af en toe een brommer of een truck die aan de achterkant van de hotelkamers voorbij raast verstoren de stilte.

 

crossing the Bani with Hace

Toch is niet alles wel. Het is dit jaar extreem rustig, er zijn nauwelijks toeristen. Ton van der Lee die eergister voor Sophie's vertrek zijn opwachting kwam maken, toen net aangekomen vanuit Nederland, was hier rond het middaguur en vertelde dat het Campement gister geheel leeg was (wij hadden toen nog 5 bezette kamers) en net als Chez Baba op het punt staat failliet te gaan. En dat niet alleen door de crisis, die op zich het toerisme al verminderd zou hebben, maar ook door de Franse reisadviezen. Grote gebieden zijn onveilig verklaard.

 

Gisteravond dineerde ik met een jonge Franse politicoloog die in Oost Congo woont en gespecialiseerd is in conflict bemiddeling. Hij had net een training gegeven aan het personeel van de Nederlandse ambassade en daar een korte vacantie van drie dagen Djenne aan vastgeknoopt. Hij vertelde me dat de toeristenadviezen door Frankrijk werden gebruikt als machtsmiddel in onderhandelingen over een immigratieverdrag tussen Frankrijk en Mali. Dit verdrag zou het mogelijk maken dat Frankrijk vele Malinezen, waarvan sommigen al 5 tot 10 jaar in Frankrijk wonen terugstuurd. De Malinese president A.T.T. weigert te tekenen en om druk uit te oefenen worden de onzinnige reisadviezen gegeven; het is onveilig ten noorden van Timbuktu en Gao, maar daar komen bijna geen blanken. Ondertussen zijn de bekende toeristische plaatsen (Segou, Djenne, Mopti, het Dogongebied) zonder veel meer dan de gebruikelijke ongemakken (opdringerige gidsen en handelaren, autopech of zeurende kinderen) prima te bereizen. Maar de Franse toeristen laten het afweten en het regent annuleringen; ook van Engelsen, Amerikanen, Nederlanders, Duitsers en touroperators.

 

In Mali is nauwelijks werk. De Malinezen in het buitenland sturen elk jaar geld naar de familie thuis, een bedrag dat de ontwikkelingshulp vele malen te boven gaat. Ze terugsturen betekend een enkele reis naar zekere werkeloosheid en nog grotere armoede voor hun families. Door de negatieve reisadviezen is het toerisme, Mali's belangrijkste inkomstenbron, gekelderd. Winnen is onmogelijk.

 

De Fransman was aanwezig bij de vergadering over reisadviezen op de Nederlandse ambassade. Daar werden de Franse aanbevelingen zonder enige discussie overgenomen. Hij vertelde me ook over een Nederlands project in het noorden van het land. Klaarblijkelijk gaan 'wij' daar veeteeld sponseren, niet geheel onlogisch voor een land dat hier als 'le pays du lait' bekend staat, maar hiermee wordt wel weer het aloude conflict tussen landbouw en nomadische veeteeld aangewakkerd. Hij voorziet binnen twee jaar grote problemen. Ik hoop dat hij ongelijk krijgt.

 

Sory aan het werk

Ik ben vandaag alweer drie weken in Djenne. De eerste dagen stonden de dames die ik deze zomer geld had gestuurd om de gerecycelde teenslipper-sieraden voor me te maken zich te verdringen aan de poort. Ik kon meteen een vuilniszak vullen, en meer is in de maak. Sory, de juwelier met zijn kleine kraampje op het plein voor de moskee die het geld had verdeeld is drie maanden geleden getrouwd. Zijn bruid is tevens zijn nicht, en het huwelijk was gearrangeerd door hun ouders. Beiden zijn hier niet ongebruikelijk, evenmin als het feit dat zijn vrouw 14 is. Het arme schaap is een bijzonder lange, potloodslanke puber. Ze komt uit Mopti en was nog nooit in Djenne geweest, en het gebruik is hier dat ze de eerste 40 dagen het huis niet verlaat. Klinkt mij als pure hel in de oren. Daar zit je dan als puber, weg van ouders, vriendinnen en bekende omgeving, ineens in het huis van een man waar je niet van houdt, in een stad die je niet kent, opgesloten in een huis waar je niet uitmag. En dan loop je ook nog eens het risico op een zwangerschap op te jonge leeftijd, die hier, zonder goede medische verzorging kan resulteren in een fistel; een scheuring van de wand tussen vagina en rectum waardoor je tweezijdig incontinent wordt. Dat stinkt behoorlijk en de meeste vrouwen die dit overkomt worden dan ook uit de familie en het dorp weggejaagd. Blij dat ik geen Malinese ben.

 

 

 

15 december 2010, Djenne

Het blijft Fawlty Towers aan de Bani.

Een paar dagen geleden klopte de barman Mahamane 's middags aan mijn deur. Ik dacht dat het Sophie was en zei "A moment, I'm coming". Toen ik de deur open deed stond Mahamane daar, en begroette me met: "Hello darling", wat hij Sophie vaak heeft horen zeggen (Baba's ochtendgroet is "Hello my dear"), om daarop meteen dubbel te klappen van het lachen. Sindsdien heet hij Darling, wat bij de gasten de nodige schuine ogen geeft; een wat lelijke vrouw van middelbare leeftijd die een jonge Malinese god van nog geen 25 "Darling" noemt is vanzelfsprekend een dankbaar gespreksonderwerp.

 

Mahamane, hotel DjenneDjenno, Djenne

Vanochtend vroeg hij me om hulp bij de factuurnummering. Het hotel is begonnen bij 1, en we waren tot 3199 gekomen. Het was hem compleet duister welk cijfer hierachter kwam. Misschien 3100, opperde hij. Hij is accountant, en heeft daarvoor de vierjarige opleiding genoten die de overheid betaald -overigens de enige opleiding die voor begaafde studenten uit Djenne betaald wordt. Er lopen dan ook buitensporig veel accountants rond in de stad, waarvan nauwelijks een kan rekenen. Enfin. Even later rekenden we een factuur af. Het bedrag was 12.750 CFA, en hij gaf me 15.000 CFA. Ik gaf hem 2.250 CFA terug. In lichte verwarring keek hij naar het bedrag in zijn hand, naar de rekening, weer eens naar het bedrag, met een schuin oog naar de rekenmachine en uiteindelijk naar mij. "Zij gaat me niet belazeren", hoorde ik hem denken, en met een zucht stopte hij het geld in zijn zak.

 

...later...

Ach, en dan de klanten... De allerlastigste deze keer was een Belgische vrouw, Valerie, die met haar man, twee draken van puberdochters en een vriendin met de uitstraling en het voorkomen van een kennelbuldog oudjaar en nieuwjaarsdag in twee suites kwamen doorbrengen. Het begon kort na aankomst. Ik zat een cocktail te drinken met Peter en Jamie, twee archeologie studenten van Yale die voor Professor MacKintosh een computersimulatie maakten van het oude DjenneDjenno. (Mevrouw MacKintosh was eind jaren '70 samen met haar toenmalige echtgenoot zelf een archeologiestudente die voor haar afstudeerproject een opgraving begon op de bult die een paar kilometer ten oosten van Djenne ligt. Dit was een bijzonder gelukkige keuze en veroorzaakte een verschuiving in het denken over het oude Afrika bezuiden de Sahara. Djennedjenno bleek een behoorlijke stad, gesticht rond 300 v.Chr, waar op zeker moment 20.000 mensen woonden. Er zijn o.a. gouden sieraden gevonden, er werd ijzer bewerkt en aardewerk van een hoge kwaliteit en uitzonderlijke schoonheid gemaakt. De teloorgang kwam met de oprukkende islam.) Valerie verscheen in hoge staat van opwinding aan onze tafel. "Is hier een dokter? Ik heb een dokter nodig! Mijn man, mijn man... Ben jij een dokter?" kreet ze, handenwringend, met een uitdrukking alsof haar man op sterven na dood was. Nee, er was geen dokter, ik ben geen dokter maar legde uit dat er een ziekenhuisje in de stad was en vroeg wat er aan de hand was. Het bleek dat haar man de voorafgaande nacht last van een voedselvergiftiging had gehad -niet ongebruikelijk voor mensen die voor het eerst Afrika bezoeken-, voor het reizen een diareeremmer had geslikt en nu last had van buikkrampen. Ik had al gemeld dat ik geen dokter was, maar werd toch meegetroond om de man te bezoeken. In zijn onderbroek met beide handen zijn buik vasthoudend lag hij op het bed -een schouwspel waar ik niet rouwig om geweest was, ware het mij bespaard gebleven. Mijn advies was een laxeermiddel te nemen. Diarree is een gezonde reactie van het lichaam op een overmaat aan ongewenste elementen, en met een remmer houdt je de rotzooi binnen. Ik gaf ze wat uit eigen voorraad, en ging terug naar Peter en Jamie. Binnen 5 minuten was ze terug; of er nog een hotelkamer vrij was, want zo bij haar man kon ze niet slapen -ze zou geen oog dicht doen. Een licht verbazingwekkende mededeling gezien haar voorafgaande hysterische bezorgdheid, maar soit, dankzij de annuleringen kon ik haar een eenvoudige kamer geven. Ze vroeg naar de kosten, en ik bood haar een aardige korting. Ze ging overleggen met haar man, maar de prijs bleek een obstakel en ze zag af van het vooruitzicht op een ongestoorde nacht.

 

Bougainville en vlinders in de tuin van DjenneDjenno

's Avonds was er, ten ere van het Oude jaar, een extra optreden van de balafonspelers. Terwijl ik zat te eten met Jamie, Peter en de eveneens Amerikaanse Julie, een wat verdwaalde ziel op zoek naar spirituele verlichting en geheelonthoudster die wat moeite had met onze feestelijk benevelde conversatie en ronduit geschokt keek toen ik een sigaret op de plaats van mijn missende voortand klemde, verscheen Valerie aan onze tafel en vroeg of haar dochters een groenteschotel konden krijgen. Ik had eerder al uitgelegd dat we een kleine keuken hadden en daarom een vaststaand menu hanteerden, dat we 's ochtends boodschappen deden en dat het dus, behalve met ruimschootse waarschuwing, niet mogelijk was van het menu af te wijken. Nee dus, geen groentenschotel. Teleurgesteld en wat hooghartig droop ze af. Bij het toetje was ze terug. Weer interrumpeerde ze zonder gene: "waar is het feest?" Ik had geen idee waar ze het over had. "Welk feest?" Er bleek een feest in de stad te zijn, waarschijnlijk in het jongerencentrum. Met een blik van 'jij weet ook niks' zei ze dat ze haar gids wel zou bellen en zonder een verder woord verdween ze door de poort.

 

De volgende ochtend beet ze me bij het ontbijt toe dat ze met dokters in Belgie gebeld had en dat een laxeermiddel uit den boze was. Haar zieke echtgenoot had iets anders voorgeschreven gekregen -ze gooide er wat medicijnnamen uit waar ik niets van onthield, dokter was ik nog steeds niet- en ik werd met een straffe hand en verwijtende blik weggestuurd. Later op de dag kwam ze met haar dochters en de bulldog terug uit de stad voor lunch. Geheel in stijl at de bulldog omelet, patat en salade, en namen mama en haar dochters alleen salade. Deze keer wilden ze weten of het locale museum van de Mission Culturele de moeite waard was, "of wist ik dat ook al niet?" Ik wist me te beheersen en vertelde vriendelijk dat het interressant was en goed achtergrondinformatie gaf over de geschiedenis en omgeving. Ook vroeg ik of het avondmenu naar hun zin was (gegrilde vis met bechamelsaus en dille, met gekookte aardappelen die een nieuwe betekenis geven aan het begrip gekookte aardappelen; zo grandioos lekker -is vast iets in de grond van hier of de kleinschalige productie). Nou nee. De heidense pubers aten geen vis, maar met gegrilde kip waren ze tevreden.

Maandagmarkt Djenne december 2010

Die avond bestreed ik mijn wederom gekmakende kiespijn met wat cocktails en het verademende gezelschap van Peter en Jamie, toen ik geruzie in de keuken hoorde. Baba, de serveerder, en Papa, de kok, stonden tegen elkaar te schreeuwen. Ik legde ze het zwijgen op en vroeg wat er aan de hand was. Het was de Belgische. Eerst hadden ze weer om groenten gevraagd, en daarna wilden ze de gekookte aardappels vervangen door rijst. Woest beende ik naar de tafel van de boosdoeners. Valerie kwam me halverwege tegenmoet. "ja, je moet begrijpen, de kinderen..." Ik begreep niks. "Wat wilt u NU?" vroeg ik. "U heeft kip besteld, ik heb uitgelegd hoe onze keuken werkt, WAT WILT U NU?" "Maar zo kunt u toch niet tegen klanten praten, u..." Ik onderbrak haar; "U heeft vier borden op tafel en wacht op de vijfde. WAT WILT U NU?" "Eh, de kinderen, zij zijn wat moeilijk.." ik keek naar de draken die zaten te genieten van de commotie. "WAT WILT U NU NOG? U HEEFT VIER MENU'S, WAT WILT U NU NOG?" "U bent..." ik onderbrak haar weer: "WAT WILT U NU?" "Ehh... een bordje rijst..." "Dat moet voor u gekookt worden. Ik stel voor dat u nu gaat zitten en eet, als de rijst klaar is wordt hij gebracht." Ik liep terug naar Jamie en Peter, die bijna van hun stoel gleden van het lachen. Echt geschreeuwd had ik niet, ik had evenmin gezegd wat ik dacht maar onze korte woordenwisseling was wel zeer bevredigend geweest. Er waren dit jaar teveel lastige en vervelende klanten; er waren de Japanners die in een van de vijf armste landen ter wereld klaagden dat ze geen zakjes shampoo in hun kamer vonden, de fietsende Fransen die maar doorzeurden dat we geen wifi hadden, de moeder en dochter die elke ochtend ongeopende potten jam wilden, alleen droge rijst bestelden en klaagden over het eten, en er was veel te veel kiespijn...

 

Ouagadougou, 15 januari 2011

Ik zit vast in Ouagadougou, had allang in Accra willen zijn. Twee januari ben ik uit Djenne vertrokken (dat nooit meer; ik heb 10 uur op de bus zitten wachten. Klaarblijkelijk bezoekt de ene helft van de Malinezen de andere met oud en nieuw, en alle bussen zaten dus vol. Uiteindelijk belandde ik op een jerrycan in het gangpad voor een reis van zes uur). Ik ontmoette Sophie op drie januari in Segou waar we bijpraatten, aten en de nacht doorbrachten, en vier januari kwam ik 's avonds in Bobo Dioulasso aan, na een vermoeiende reis en enorm gesteggel met de Burkinese douane. Ik mocht niet in Bobo uitstappen, daar hadden ze geen papieren voor, ik moest met mijn handel door naar Ouagadougou. Dat wilde ik niet, ik zou Frans in Bobo ontmoeten en koop daar brons in. Nou, dat zou me flink wat gaan kosten aan BTW. "Maar meneer, met alle respect, BTW wordt geheven bij verkoop en ik verkoop niets in Burkina. Ik ben er voor vacantie en ik koop wat in. De rest gaat mee naar Nederland". Ik werd van de ene beambte naar de andere gesleept en belandde uiteindelijk op het bureau van de chef, waar ik een handgeschreven papiertje kreeg met een mooi stempel, en niets hoefde te betalen. Dat was anderhalf uur later.

 

De eerste ochtend in Bobo ben ik meteen naar het ziekenhuis gegaan, waar ik voor 12 euro zonder veel problemen van mijn kies en mijn pijn verlost werd. Ik heb er nog een paar dagen rondgehangen, lekker gegeten en wat mooie beeldjes en brons gevonden, en ging toen naar Ouaga, in de veronderstelling dat ik een paar dagen later in de bus naar Ghana zou zitten.

 

Niet dus. Ik ging de eerste ochtend naar de Ghanese ambassade, leverde mijn formulieren, pasfoto's en paspoort en een pakje Fishermen's Friend in bij de dame die daar de afgelopen vier jaar ook al zat, en dankbaar regelde zij het busticket voor me. Ik hoefde dus niet ver de stad uit om het ticket te kopen, het visum was 10.000CFA goedkoper dan ik dacht en intens gelukkig ging ik eten bij de Verdoyant, een geweldig Italiaans restaurant met een houtgestookte pizzaoven en heerlijk salades. De volgende dag deed ik inkopen en de dag erop volgde de desillusie; de regels voor het verkrijgen van een visum waren sinds twee dagen veranderd; dat kon alleen nog in het eigen land. "Maar ik ben sinds 19 november in Afrika dus kan onmogelijk aan deze eis voldoen?" De vriendelijke dame kon er niets aan doen, regels zijn regels en zij kreeg ze ook maar opgelegd. Ik moest opschrijven wat ik in Ghana wilde, dat zou naar Accra worden gefaxt en dan moest ik maar afwachten. De bus van vrijdag kon ik op mijn buik schrijven. De volgende dag, vrijdag ging ik terug in de hoop op een oplossing, maar ze hadden niets gehoord, konden niets voor me doen, ik moest afwachten. En dat doe ik nu voor de derde dag. Ik verveel me rot, heb hier niets meer te zoeken, heb niets te doen behalve rum van 3,50 voor een liter te drinken en wat te lezen of een filmpje te kijken. Heb alles gezien wat ik bij me had, heb nog wat Henry James om te lezen en kijk maar weer eens Kill Bill, drink nog een rum en besluit morgen zolang op de ambassade te gaan zitten tot ze wat doen. Ik denk dat wat extra geld wonderen zal verrichten. Vijftig euro maakt veel mogelijk. (Maar dit niet. Heb nog een week vastgezeten en ben uiteindelijk Ghana binnengekomen via een uitnodiging van een vriend van een vriend.)

 

 

Djenne 18 december 2011

De dag dat ik naar Afrika vertrok kopte de NRC "Twee Nederlandse toeristen ontvoerd in Timbuktu". Dat was wat spijtig en niet alleen voor de desbetreffende toeristen; ik zou de stad dit jaar voor het eerst bezoeken. Peter, een postdoctorale archeologie student die ik het vorig jaar in Djenne ontmoette, waar hij de oude stad DjenneDjenno in kaart bracht en waarmee ik elke avond de nodige biertjes nuttigde, had me uitgenodigd. Ik hoopte per pinasse (een gemotoriseerde boot; de pirogue wordt met een lange paal voortgeduwd) de Niger af te zakken en eindelijk de grote toeristentrekpleister te bezoeken. Niet dus. Ook zonder deze gebeurtenissen was de tocht over de rivier niet mogelijk geweest. Na de extreem natte regentijd van het vorige jaar is er dit jaar nauwelijks een spetter gevallen. De rivier staat veel te laag en de tocht over het water is onmogelijk. Veel oogsten zijn mislukt en de prijzen van rijst en gierst stijgen navenant.

 

Het hotel hoefde ik ook niet te beheren, Sophie ging toch niet naar Londen om de British Library te bezoeken. Er waren wat problemen met het project dat zij hier begonnen is; het digitaliseren van de oude manuscripten die bij mensen thuis bewaard worden, maar alles was opgelost voor ik aankwam.

Mali, Djenne, footbal training, 2011

En veel te beheren valt er ook niet, bijna alle reserveringen zijn geannulleerd. Toch is Timbuktu een ruime dagreis met een goede fourwheeldrive weg en is de kans dat er hier nu wat gebeurd minimaal. Niet alleen lijkt het me voor ontvoerders wat lastig om te moeten wachten bij de pont; Djenne ligt zo'n 30 kilometer van de hoofdweg af en de rivier de Bani moet worden overgestoken. Daarbij zijn de ontvoerders Toearegs, nomaden van de woestijn, trots en onafhankelijk, vrijbuiters die al eeuwenlang de karavaanroutes beheren en inmenging weinig op prijs stellen. Veel daarvan vind je er niet in Djenne. Hier gaat het gerucht dat zij zich achtergesteld voelden door de regering, te weinig geld kregen en daardoor hun toevlucht tot deze daad namen. De toeristen zijn waarschijnlijk allang doorverkocht aan een andere partij.

Bubakar met zijn blauwe brommer in 2009

Ik trof Peter onverwacht nog een avond in het hotel, waar hij een biertje kwam drinken. Hij was die dag uit Bamako gekomen om zijn spullen uit Djenne op te halen, en vertelde dat zijn hele promotieonderzoek in het (weinige) water was gevallen. Na drie jaar voorbereiding had hij nog vier maanden te gaan in Timbuktu voor hij aan zijn dissertatie kon beginnen -nu moest alles over. Ook vertelde hij dat er elke week desterteurs waren uit het leger en de de politiemacht van Mali; de week ervoor waren er nog een commandant met een garnizoen van 20 man vertrokken, met meeneming van de modernste navigatieappartuur. Dat in combinatie met de grote hoeveelheden wapens uit Libie en het feit dat er volgend jaar verkiezingen in Mali zijn, doet me vrezen dat dit voorlopig wel eens de laatste keer kan zijn dat ik hier een ruime maand doorbreng.

 

Vanochtend was ik op bezoek bij Sory, de zilversmid die in zijn hutje voor de moskee onder andere voor mij oorbellen en sluitingen maakt. Ik had hem nieuwe opdrachten gegeven en bekeek het licht teleurstellende resultaat -veel moet over. Naast hem zat een oude man. Sory vertelde me dat het een marabout was, die mij als handelaar herkend had en me aanraadde een offer te brengen. Nou had ik net de dag ervoor Bubakar, de oude tuinman een fiets beloofd. De goede man woont ruim een half uur lopen van het hotel, werkt van zeven tot zes, sleept de halve dag met enorme gieters water en is nooit te beroerd om je te helpen als je hem iets vraagt (anderen zeggen: "Dat is mijn taak niet" en vertikken het). Twee jaar geleden had hij nog een klein blauw brommertje, dat bijna continu in de reparatie was en uiteindelijk verkocht moest worden om de ziekenhuisrekening van zijn vrouw te betalen. Vorig jaar heb ik hem met instemming van Sophie een van de fietsen van het hotel gegeven, die nu de hoop voorbij was. Ik had hem dus apart genomen en verteld dat hij 45 euro van me kreeg voor een fiets. Ik vond dat een behoorlijk offer maar de marabout was het niet met me eens; een kip van 2,25 moest het zijn. Dat kon er nog wel bovenop dus Sory at die avond kip en de marabout kreeg een euro als dank voor zijn wijze raad. Nu hopen dat die me volgend jaar wat oplevert.

Terug in het hotel kwam Bubakar verheugd op me af; hij had een brommer gevonden voor 60 euro. Niemand wil hier op een fiets zitten; alleen arme sloebers, mislukkelingen en sommige kinderen fietsen. De allerarmsten lopen, de rest heeft een brommer en enkelen een auto. Bubakar betaald de resterende 15 euro aan het einde van de maand als hij zijn salaris ontvangt en is nu de trotste bezitter van een oude rode yamaha. Ik hoop maar dat die het een tijdje volhoudt...

 

Djenne, 19 december 2011

Om kwart voor acht zat ik achterop de motor bij Sophie op weg naar het ziekenhuis. Samen zongen we luidkeels "Born to be wild" tot groot vermaak van de inboorlingen. Bij aankomst troffen we de directeur, oogspecialist dokter Keita, de grote giechel en anesthesist Moussa, Sophie's man Keita en de voorzitter van de vereniging van Malinese bejaarden die eruit ziet als een sheik -hij is al 27 keer op bedevaart in Mekka geweest- en die de truck met mobiele operatiekamer leverde. Met twee chauffeurs vertrokken we in 4x4's naar de prefect (de belangrijkste vertegenwoordiger van de overheid in de regio) om te vertellen wat het plan was; Sophie heeft met haar organisatie MaliMali en dankzij donaties voldoende geld bijeengebracht om 100 mensen gratis een staaroperatie aan te bieden.

 

 

cataract project, Djenne, Mali

De sous-prefect nam eerst onze namen op. Ik stelde me voor als Brigitte d'Amsterdam -Snitker was te lastig geweest- en op Sophie's antwoord "Sophie Sarin" antwoordde hij: "Ah, Madame Stalin, enchantee". Er volgde een eloquente geimproviseerde en langdurige toespraak waarvan het meeste langs me heen ging. Ik had in de ongeventileerde ruimte een opvlieger of twee, keek wat om me heen en zag een lijst van voorafgaande prefecten: van 1919-1920 heerste hier de heer Casanova...

Na drie kwartier konden we terug naar het ziekenhuis waar al een menigte bejaarden met begeleiders op de trappen, ijzeren banken en de grond zat te wachten. Er werd een rijtje stoelen opgesteld voor de prefect, de dokters en de blanken: Sophie en ik. Meer toespraken volgden. Ik ontsnapte van mijn stoel, nam foto's en zag hoe een bejaarde kreupele en blinde vrouw van hoopje stro op een ezelwagen werd geholpen. Even kreeg ik het te kwaad -al die arme mensen, sommigen afkomstig uit omliggende dorpen en vele uren onderweg, enkelen lam, blind en doof en allen vol hoop op hulp.

cataract project, MaliMali.org

Het grootste deel van de dag bleven Sophie en ik bij de consultaties in het ziekenhuis. Triest genoeg zijn veel zieken niet meer te redden; dokter Keita vertelde dat in 90% van de gevallen de traditionele behandelingen de kwaal verergeren. Anderen leden niet aan staar en werden met een recept of zonder poespas weggestuurd, maar aan het begin van de middag waren er 10 mensen geselecteerd die die dag geholpen zouden worden en al 20 gevonden voor de volgende dag. In het ziekenhuis werden de uitverkorenen plaatselijk verdoofd en de eerste vier de truck ingestuurd. Ik werd, na even in de wachtkamer waar drie mensen angst uitwasemden als ware het zweet te hebben gezeten, wel met een groen "steriel" jasje maar met onbedekte haren zonder veel omhaal de operatiekamer ingestuurd om foto's te maken. De muren bladderden niet zo erg als in het ziekenhuis zelf maar het linoleum krulde om, in een hoekje lagen lege petflessen en kartonnen dozen en op de muren zaten oude plakresten van stickers. Ik maakte foto's van de operatie en dokter Keita vertelde me ondertussen wat hij deed. Mijn Frans is bij lange na niet toereikend dus ik begreep er niet veel van, maar het verwijderen van de wit troebele lens was duidelijk genoeg en alleen het opblazen van het hoornvlies om eronder wat antiobiotica in te spuiten was nogal onsmakelijk.

cataract operation in Djenne, funded by Mali Mali

*Weer luidkeels zingend ("Wheels on Fire"; ik heb drie seizoenen Absolutely Fabulous meegenomen) reden we terug door de drukke stad, even stoppend bij de markt waar ik weer wat brons en neolitische kralen vond. Het was een goede dag, die we eindigden met een fles Cotes du Rhone, en oh, liefjes, als jullie eens wisten hoe zeldzaam een lekkere wijn hier in deze zwaar islamitische stad is!

 

 

Djenne, 20 december 2011

Om zeven uur zat ik weer achterop bij Sophie. Vandaag begaf haar motor het om de hoek van het hotel, op de brug naar de stad en onafhankelijk van elkaar werden we door behulpzame kennissen achter op de brommer naar het ziekenhuis gebracht. Daar werden de verbanden van de patienten van gister verwijderd. Sommige bleven uitdrukkingsloos maar een vrouw huilde van het lachen, klapte in haar handen, omhelsde me en bleef "merci!merci!merci!" roepen, waarop ik weer volschoot en lekker met haar meejankte. Ook een man die aan twee ogen staar had waarvan er een geopereerd was kon zijn vreugde niet de baas.

 

Door de koele ochtend liepen we voldaan terug naar het hotel. Djenne ligt vol afval en plastic, elk jaar is het smeriger. Sophie, die gepassioneerd temperamentvol woedend kan worden, begon over een nieuwe vereniging die opgericht is; jeugdige werkelozen die de stad willen schoonmaken -het zoveelste project. Sophie heeft ooit 50CFA geboden voor elke kilo plastic die ingeleverd zou worden -er is nooit ook maar een gram binnengebracht. Een Peace Corps werker heeft zich een jaar bezig gehouden met een project dat de stad schoon zou moeten krijgen en nu is er de zoveelste vereniging die wat wil doen, maar dat zonder fondsen niet voor elkaar denkt te krijgen.

When will Djenne be clean?

*Alsof de duvel er mee speelde kwamen tijdens haar ontbijt vier vertegenwoordigers van de desbetreffende vereniging haar vragen om een donatie voor hun dansavondje op de 25e; daar wilden ze geld ophalen om het mogelijk te maken de stad op te ruimen. Een karakteristieke uitbarsting volgde: "Het enige dat je nodig hebt is een bezem en een paar lucifers om de rotzooi te verbranden of een schep om het te begraven en die vind je in elk huishouden!" en al snel droop de delegatie af. Even later kwam Sophie bij me zitten. "Weet je wat? We bellen ze en gaan morgen helpen de ruimte rondom de tombe van Diepono schoon te maken!" Zo gezegd zo gedaan; ze belde de voorzitter en meldde dat zij er de volgende ochtend om half negen zou staan. Als ze serieus waren zouden ze er ook zijn.

 

Even later ging ze naar bed, ze voelde zich niet lekker, dus toen een paar uur later twee jongetjes van dezelfde organisatie kwamen was het aan mij ze te woord te staan. Het bleek extreem moeilijk om van de organisatie, die 74 leden telt, morgen al enkelen bij elkaar te krijgen. Ze zijn weliswaar werkeloos maar hadden elders verplichtingen, en er moest eerst vergaderd worden voor er schoongemaakt kon worden. "Een Hollands spreekwoord luidt: Geen woorden maar daden" antwoordde ik -ze zijn hier verzot op spreekwoorden- en ik bracht ze het geld dat Sophie had geboden in herinnering en de Peace Corps werker. "Als je echt wilt is de stad in een week schoon", waren mijn ongewenste woorden, maar als concessie stelde ik voor de grote schoonmaak een week uit te stellen. Woensdag de 28e is de dag. Wordt vervolgd. (er kwam niemand opdagen, Djenne is nog steeds zeer smerig)