Bobo Dioulasso, 4 januari 2013

 

Samake bij graven in het oude Djenno

Kerst kwam en ging, in jaren heb ik niet zoveel gegeten. De eerste dag kon ik mijn overvolle buik deels wegwerken door flink te dansen, en gelukkig wordt de tuin bewaterd met behulp van een voetpomp; een soort step-apparaat waarmee water uit een bron omhoog wordt gehaald. Ik heb dus een paar ochtenden drie kwartier verwoed staan pompen. Ook heb ik eindelijk het oude Djenno bezocht; een wandeling van een paar kilometer naar een heuvel vol potscherven, waar de grote aardewerken potten waar mensen in begraven werden elk jaar na de regentijd wat verder uit de grond tevoorschijn komen. Botten en schedels steken uit de grond en ik hield een 800 jaar oude glanzend witte kies in mijn handen waar ik jaloers op was.

 

Vrijdag de 28e was mijn laatste dag in Djenne, ik maakte een afscheidsronde en net toen ik 's avonds met Sophie het dak op zou gaan werd ze gebeld door de gasten van de internationale school in Bamako die de dag erop zouden komen logeren: zij hadden van Oostenrijkers in Segou gehoord dat Djenne te gevaarlijk was; de politie had hen bij het kruispunt weggestuurd met de mededeling dat ze beter Mopti of het Dogongebied konde bezoeken. Woest bellend verdween ze achterop de brommer bij Maman richting politiecommandant. Na een kwartier al was ze terug; de commandant had alles ontkend, waarschijnlijk waren het de locale gidsen die allen de pest aan haar hebben omdat ze ze niet in het hotel toelaat geweest die deze roddel verspreid hadden. Ik tracteerde op een fles wijn en vertrok vroeg naar mijn kamer; de bus zou om 5.30 vertrekken.

 

Zaterdagochtend stond ik om kwart over vijf voor de moskee waar de volle maan pittoresk boven hing. De bus vertrok om kwart voor zeven en een lange rit met veel stops volgde. Even na twee uur was ik in Segou, waar ik meteen een kaartje kocht voor de reis naar Bobo Dioulasso in Burkina Faso, de volgende dag. De kaartverkoper meldde dat ik er om acht uur moest zijn, de bus zou om half negen gaan. "Echt?", vroeg ik, "vertrekt hij vanuit Segou en niet vanuit Bamako? Kijk naar me, ik ben toubab, ik ben op tijd." Er werd me verzekerd dat hij vanuit Segou vertrok, uiterlijk om 9 uur. Ik meldde me bij hotel L'Independance waar het zwembad leeg was, net als de rest van het hotel. In het centrum waren de meeste souvernierstalletjes en "antiqairs" ook gesloten; er was geen blanke te bekennen. Een paar winkeltjes werden haastig geopend en ik kon wat kopen, maar werd ook meteen lastig gevallen door gidsen en andere jonge mannen met meer horrormonen dan hersens. Ik bleef dus niet lang, kocht wat eten op straat, dronk een biertje in de lege Auberge, kocht er een liter baobabhoning en keek 's avonds in de ijdele hoop iets te weten te komen over de situatie in Mali naar CNN. Ik wist meteen weer waarom ik mijn tv de deur uit heb gedaan; meer reclame dan informatie.

 

een lege Auberge in Segou

Zondag 30 december zat ik om 8 uur op het busstation van Segou. De harmattan blies grote stofwolken op en in mijn ogen. Er was geen ontsnappen aan; iedereen liep gewikkeld in doeken rond maar het fijne stof kwam door alle kieren, droogt de huid uit en bezorgt je rode waterende ogen. De bus kwam niet uit Segou, niet uit Bamako maar uit Dakar, en was er uiteindelijk om 11 uur, slechts om een kwartier later bij vertrek met een knal weer te stoppen; panne. Gelukkig is in Afrika met wat touw veel mogelijk en om half twaalf vertrok ik dan eindelijk. Een uur later moest iedereen de bus weer uit, ergens bij een achterwiel was brand. De enige brandblusser pufte een paar gram wit poeder op de grond en met een paar scheppen zand werd de brand geblust en konden we verder. De bus was onderweg naar Niamey en zat vol mensen uit Niger, vriendelijke mannen en vrouwen waarvan velen vier dagen in deze bus reisden om oud en nieuw bij familie te vieren. Ik was blij om negen uur 's avonds de bus te verlaten en trok naar hotel Renaissance, waar ik al zo'n 10 jaar verblijf. Deze keer trof ik behalve een bataljon muggen grote gaten in het muskietennet, een gebruikt condoom in de badkamer en een nieuwe supermarkt als buur die met een geluidsinstallatie op stadionvolume zijn aanwezigheid adverteerde. "What am I doing here?" dacht ik, en viel in slaap.

 

Stijf werd ik de volgende ochtend wakker; de matras is zo oud dat op heuphoogte niet meer dan een centimeter dikte rest. Ik veranderde van kamer; zit nu in een schone cel met een miniscuul raampje waar een beetje licht doorheen komt, net genoeg om bij te lezen. Door de problemen in Mali zijn er ook hier minder toeristen dan gebruikelijk en ik maakte Amadou, een handelaar waarbij ik al jaren koop blij door hem op de laatste dag van het jaar te bezoeken en wat aan te schaffen zodat hij die avond geld had om te feesten. Frans zag ik samen met de antiquair Abubakar op het terras van L'Entente voor de lunch, en later in zijn hotel CasAfrica waar hij een feestmaal had laten aanrichten met het gebruikelijke schaap en een enorme berg sperciebonen. Er was een bandje en er werd door locale schonen (zijn vriendinnen of ex-vriendinnen) veel met billen geschud. Zoals gebruikelijk in West Afrika komen hier veel blanke mannen voor de locale schonen, veelal een of twee generaties jonger dan zij. Voor mij hoeft het niet. Als ik de keuze heb tussen een locale jongeling en een fles rum (beide voor 5 tot 10 euro of minder) dan ga ik voor de rum.

Proost!

 

Lome, 18 januari 2013

Elke keer denk ik dat het niet heter kan -maar het is mogelijk.

 

Ik was een ruime week in Bobo Dioulasso, kocht er mooie bronsjes en stoffen, at heerlijk -bergen sla en het seizoen van de sperciebonen is daar; vrouwen lopen met teilen vol op het hoofd voorbij. De mango's en papaya's kosten 15 cent en overal liggen cashewnoten. De pinda's zijn de grootste die ik uit West Afrika ken, en het vlees is mals en ongekend smaakvol.

 

Doopfeest in Bobo Dioulasso

Zaterdag de 5e was ik bij de doop van Abubakar's en Tambour's zoon. Om 11 uur waren Frans, zijn nieuwe liefje Lettie en ik ter plaatse. Er was al een grote tent opgezet waar de muzikanten hun instrumenten installeerden. De heren zaten onder de bomen en deden niets speciaals dat ik opmerkte, de dames hingen rond het huis en de vrouwen uit het dorp van Abubkar bereidden het eten; er was een groot schaap gekocht, 100 kilo rijst en 40 liter olie. Ik liep wat rond, maakte wat foto's, begroette wat bekende handelaren en verveelde me daarna deerlijk tot een uur of drie toen het eten geserveerd werd. Rijst, met wat stukken schaap en een verdwaald beetje kool. Lettie had het gehad en wilde naar huis en ik was toe aan een douche en een biertje -niet noodzakelijkerwijs in die volgorde. Om half zes waren we terug. Alle mannen waren verdwenen, de vrouwen hadden zich voor de derde keer verkleed en zaten onder twee grote tenten. Tambour stond in het midden van de kring en liep naar vier vrouwen, de 'mareines'(?) waarvan ik begreep dat het een soort peetmoeders waren. Het ene na het andere biljet van 1000CFA (€1,50) werd getrokken en uitgedeeld. Daarna liep ze naar de ceremoniemeester en de muzikanten, en smeet weer met geld. Vervolgens gingen zij en haar vriendinnen in een kring zitten -het was ondertussen donker geworden- en de ene na de andere kwam dansend voor Tambour staan en strooide 1000CFA biljetten over haar uit. Ook werd er met 'pagnes', lappen stof gesmeten, dat alles begeleid door opzwepende muziek.

opzwepende muziek en dans; FEEST

Ik had er weer helemaal niets van begrepen. Ik had gevraagd wat het gebruik was en had gehoord dat je geld en een lap stof gaf. Nou was ik te laat om stof te kopen, dus had een knuffel voor het kind aangeschaft, en die bij terugkeer zonder veel cermonieel aan Tambour gegeven, tezamen met een briefje van 5000. Ietwat spijtig keek ik toe; ik had ook graag gedanst en met geld gesmeten. Soit, een volgende keer weet ik hoe het hoort. Ik vroeg me overigens wel af wat iemand mat 25 of meer lappen stof moest. Bewaren en een volgende keer zelf uitdelen? Of weer wat jurken van laten maken, zodat je je de volgende keer zes keer kan verkleden? Statussymbolen?

 

Tambour en haar vriendin in

Een paar dagen later vertrokken Frans en ik naar Ouaga. Ik kreeg een lift van hem, tussen 8 en 9 uur 's ochtends zouden we vertrekken. Om 8.30 stond ik klaar, om kwart over 11 kwam Frans eindelijk. Hij is in de loop van de jaren niet alleen wat Afrikaans geworden, hij is ook zwaar verliefd op Lettie. Een week daarvoor heeft hij haar opgepikt in een bar. In de bar zitten vrouwen die een drankje kunnen betalen, en die met heren meegaan voor 5- tot 10.000CFA. Achter de bar vind je de meisjes die geen geld voor een cola hebben, en die slechts 1000 tot 3000 kosten. Let wel, deze service is vooral voor de Burkinese heren, dit is niet speciaal op blanken gericht. Frans had Lettie achteraf gevonden. Ze zei dat ze 17 was. Hij heeft het goed te pakken. Ik vind het vooral een nukkige puber en baalde dat ik voor de zoveelste keer zat te wachten.

Tegen het donker waren we in Ouaga.

 

Omdat we zo laat waren, en ik met Frans mee zou rijden tot aan Kumasi (o heerlijkheid, deze keer geen busrit van Ouaga naar Accra; 21 tot 30 uur!) had ik maar 1 dag om daar mijn inkopen te doen. Ik rende van galerie naar markt, naar andere markt en galerie en vond tussendoor tijd om de beste pizza van West Afrika te eten in de Verdoyant met een halve fles wijn erbij. Uitgeput kwam ik terug in het hotel, waar een kudde handelaren in slagorde afwachtte in de hoop ook nog wat te verkopen. Snel stelde ik enkelen tevreden en wijdde me de volgende uren aan het pakken van mijn spullen.

 

De volgende ochtend moesten we eerst nog langs de garage omdat een van de wielen bij het remmen een vreemd geluid maakte. Na het verwijderen en herplaatsen van de linkerwielen was er niets gevonden maar het geluid weg, en om 9uur reden we Ouaga uit. De grensovergang ging vlot, en rustig hobbelden we door. Even na Tamale viel het donker in, en na Buipe werden we plotseling door de politie tegengehouden. We moesten een half uur wachten, en daarna in konvooi rijden. Daar kwam natuurlijk niets van; sommigen reden als bezetenen om de verloren tijd in te halen, anderen konden niet snel en spoedig was het hele zootje uiteen gevallen. Tot de volgende stop; hier wachtten we 1,5 uur voordat we door konden. De volgende dag hoorden we dat een minister beschoten was, en de politie deed zijn gebruikelijke inefficiente best te laten zien dat ze wat deden. Een totaal nutteloze exercitie omdat het hele 'konvooi' wederom binnen enkele minuten uit elkaar gevallen was. Middernacht waren we eindelijk in een hotel. Er was nog maar 1 kamer vrij. Frans bleef nog wat rommelen, ging om 1.30 liggen en begon meteen te snurken. Ik sliep niet veel.

 

Sunyani. Julie kookt -en lekker!

Zaterdag de 12e reden we door naar Sunyani waar een oude liefde van Frans woont, Julie, die in de jaren dat ik haar ken drie kinderen kreeg -overigens niet van Frans;) We speelden wat met Francis junior, Francesca en Angela -die het eerste uur een enorme keel opzette als ze mij zag- praatten wat met Julie en 's avonds waren we in Kumasi.

Zondag bezochten we twee bevriende handelaren; eerst Cawarra die 3 vrouwen heeft die heerlijk koken; de rijst met capitaine was goddelijk! En later op de middag kwamen we bij Mozes, een handelaar waar ik veel over gehoord heb maar die ik nooit bewust ontmoet heb. En oh! Wat had hij een mooie handel! Als de chiefs wat verkopen benaderen ze hem. Frans kocht het een en ander, ik wachtte af -het is uiteindelijk zijn contact. Toen hij klaar was greep ik mijn kans en nam de duurste maar ook mooiste kente die ik ooit gezien heb, komend van de chief van Ho. En ik kocht de duurste kraal ooit; een grote Venetiaanse 7-lager, gemaakt tussen 1500 en 1650. Overdonderd kwam ik terug in het hotel. Heb nog nooit zulke dure maar ook mooie dingen gekocht...Maar ik was ook triest. Mozes wist te vertellen dat de dag ervoor de markt in Lome was afgebrand. Op de tweede verdieping zitten de kralenhandelaren waar ik al tien jaar koop. Veel mooie oude snoeren venetiaanse kralen, van 100 tot 500 jaar oud zijn in de vlammen verloren gegaan. Sommige handelaren hebben alles verloren....

 

 

Zaterdag 19 januari, Lome

Het is heet. Heel heet, en heel vochtig. Ik lig onder de fan te schrijven en probeer niet op de computer te zweten. Overdag plakken mijn kleren aan mijn lijf, zie ik eruit als een mislukte zeemeermin die gekleed uit de golven is opgerezen. En 's avonds maak ik een doek kletsnat. Als ik daar onder lig is het nog wel te doen.

 

[Gister nadat ik de grens was overgegaan had ik meteen beet. Ik werd aangesproken door een jongeman die vroeg of ik een 'mototaxi' wilde; een lichte motor die je voor 30 cent de stad door scheurt. "Oui, merci". Hij rende naar zijn motor, startte, pikte me op en begon te vertellen dat hij erg veel van blanke vrouwen hield. "Ah oui?" hield ik me op de vlakte. Ik schatte hem een jaar of 25. Ja, ging hij door, er gaat niets boven de liefde bedrijven met een blanke vrouw. "Mon mari il dit la meme chose. Il m'attand a l'hotel." Ik dacht dat ik er hiermee wel vanaf was, maar nee. "Ton mari, il sait de faire la viande?" Ik begreep er niks van. Was mijn man ook een goede kok? "Non, il sait de faire de l'amour bien? Autrefois moi je peut t'aider". We waren aangekomen bij het hotel waar mijn ingebeelde man wachtte. Ik viel bijna van de motor van het lachen en antwoordde; "Mon mari, il vas te frapper!" Ik heb vandaag ook alweer wat horizontale hulp aangeboden gekregen. Het is mij een wonder dat mensen in deze hitte aan voortplanten denken. Geef mij maar een ijsje.]

 

Vandaag heb ik de markt bezocht. Het afgebrande deel is afgezet. Ik huilde toen ik het zag; zoveel vooral kleine handelaren zijn alles kwijtgeraakt. De grotere, de Mama Benz'en, imposante dikke dames die veel verdienden zijn ook veel kwijt, maar ik sprak het vermoeden uit dat zij er wel weer bovenop kwamen. Ze hebben grote huizen en geld op de bank. Niet iedereen was het met me eens. Ik kreeg te horen dat er eerder is voorgesteld de markt te moderniseren maar dat zij dat tegenhielden omdat hun fetish in deze markt zat. Die is ook verbrand, en er zijn mensen die daarom denken dat het met hun ook afgelopen is... Ik belde Youssifou, een oudere kralenverkoper die altijd goed voor me geweest is; ik kreeg goede prijzen en hij zeurde nooit, als anderen deden; "je moet wat van me kopen, je moet meer kopen, je moet dat nemen" etc. Ik was hem donderdag op de kralenmarkt in Ghana tegengekomen en hoorde daar dat hij bijna alles was kwijt geraakt. Ik had hem toen al 10.000CFA gegeven,'chopmoney', oftewel; geld om te eten. Deze keer kocht ik alles wat hij me aanbood zonder over de prijs te onderhandelen en gaf hem 100.000CFA extra. Als ik volgend jaar januari terugben, hoop ik dat hij weer wat op de been is, en mooie dingen voor me heeft. Voor nu heb ik in ieder geval een goed gevoel.

 

Morgen ga ik het strand op. Dat wordt in reisgidsen ontraden maar ik ben een vriendelijke Ghanees tegengekomen die hier al jaren werkt als chauffeur voor een Fransman die zich toelegt op maskers. De Fransman is het land uit, hij is vrij en vertelde dat op zondag vanaf een uur of drie half Lome op het strand zit. Dat wil ik wel eens zien.

Ik groet jullie van onder de palmen;)

 

 

Lome 22 januari 2013

 

Zondag om 4 uur zou Francis me komen halen. Helaas was ik na een lunch bestaande uit een uitstekende steak au poivre begeleid door sperciebonen met meer knoflook dan ik zou durven serveren -dat zegt wat!- en besproeid met een koele rode wijn in een diepe slaap gevallen, zodat ik pas de derde keer dat hij me belde wakker werd. Met een rood hoofd; deels van schaamte, deels van haast en deels van drank, meldde ik me om 16.40. We liepen naar het strand, nog geen 200 meter van het hotel, waar mensen in het zand zaten, op een paard klommen (ook heel populair in Ghana), spelletjes speelden of naar een bandje luisterden. Het was inderdaad drukker dan ik het ooit gezien heb, en rustig wandelden we verder. Nadat we de pier, nog gebouwd door de Duitsers voor WOI gepasseerd hadden, kocht ik wat ijsjes en gingen we zitten met uitzicht op de pier die de Fransen nadien opgeworpen hebben en waarvan nog net twee palen overeind staan.

Langs het strand van Lome, 2004

Plotseling zagen we een politieagent, een man met flippers in zijn hand en een meute die zich rond onze buren vormde. Die hadden de autoriteiten gewaarschuwd omdat ze een jongetje hadden zien afdrijven. Nou zwemt niemand hier, omdat de stroming te sterk en gevaarlijk is. Zelfs tot heuphoogte in het water wordt afgeraden. Vruchteloos werd er naar de golven gestaard. Er was niemand te bekennen en na een tijdje droop iedereen af, inclusief de autoriteiten.

Wij liepen een stukje terug en zetten ons op een bankje onder de palmbomen. Ik herinnerde me een van de Ignobel prijswinnaars die enkele jaren geleden met de publicatie "Injuries due to falling coconuts" wereldfaam verwierf en keek even verontrust naar boven.

 

Francis werd gebeld en ik zag hem wegtrekken. "Wat is er?" Hij zei niets maar begon zachtjes te huilen. Ik trok eruit dat het de vrouw was die voor zijn dochter van 10 en zoon van 7 zorgde die belde (zijn vrouw is 6 jaar geleden bij een verkeersongeluk omgekomen); zijn dochter was aangereden door een motortaxi en lag in het ziekenhuis, ze had veel bloed verloren. Ik begreep niet waarom hij nog naast me zat. "You have to go to the hospital! Go! Go now!" Hij vertelde dat dat geen zin had; in het ziekenhuis doen ze niets als je geen geld hebt en het was zondagavond, de banken waren dicht. Hoeveel hij nodig had? 50- tot 100.000. "I've got money at the hotel. Come!" Ik sleepte hem mee, hield op straat 2 mototaxi's aan en we scheurden naar het hotel. Ik pakte 70.000, gaf het hem en riep "go go go!" terwijl hij nog snotterend stond te stotteren. In mijn geestesoog was het kind al leeggebloed -wegwezen moest-ie! En daar ging hij uiteindelijk. "Call me tomorrow!" brulde ik nog.

 

Wat een roteinde van een mooie dag. Ik ging naar mijn kamer en twijfelde daar even; was ik (weer eens) opgelicht? Mijn intuitie zei van niet, maar ook; hoe had ik anders gekund? De volgende ochtend belde hij, nog steeds in tranen. Zijn dochter lag in coma. Pas 's avonds kwam ze bij, maar niet nadat hij met de dokters(!?) via zijn huis voor het pasje naar de bank was geweest en daar zijn hele spaarrekening had leeggetrokken. Vandaag hoorde ik dat het goed gaat, ze heeft een gebroken been en veel bloed verloren, maar geen hersenletsel. Ik heb hem gezegd dat hij mijn geld mag houden.

 

En ik denk; "crisis? Wat nou crisis! Crisis is als je kind doodgaat omdat de bank dicht is en je niet bij je geld kan. Crisis is als je geen geld hebt en een van je naasten sterft omdat je geen dokter kan betalen. Crisis is als je hele voorraad verbrandt en je geen middel van bestaan meer hebt. Hebben wij crisis? We hebben water uit de kraan, licht en nooit honger. De meeste mensen hebben zoveel kleren in hun kast dat ze in jaren niets hoeven te kopen. We hebben verzekeringen, een televisie of twee, vacanties, een nieuw bankstel, camera, auto, overgewicht, de laatste smartphone of Ipad. Crisis?

Gelul!

 

Markt in Lome, 2005

Een beetje jammer was wel dat hij vervolgens vanochtend al snel over trouwen begon. De hele buurt was erg blij met me, vertelde hij, en had hem gevraagd of ik zijn nieuwe vrouw was. Nou had hij me bij onze eerste ontmoeting toevertrouwd dat hij na de dood van zijn vrouw niet meer wilde trouwen. Dat kwam onze relatie zeer ten goede, als hij anders had aangegeven had ik me snel van hem afgemaakt. Maar na deze gebeurtenis was hij van gedachten veranderd, dus als ik wilde was hij beschikbaar. Nou, nee, bedankt, een arm klein zwart opdondertje is niet echt mijn natte droom. Dat formuleerde ik voor hem net iets anders, en als vrienden scheidden onze wegen. Hij een illusie armer, en ik weer wat geld. Soit.

 

Er volgde nog een ontmoeting met een bevriende kralenhandelaar waarvan ik gehoord en gehoopt dat hij in Senegal zat maar soit, hij ontving ook 100.000,-. Lieve vrienden, er zijn een paar onder jullie die me het afgelopen jaar zeer geholpen hebben, en het daarmee ook mogelijk gemaakt hebben dat ik deze mensen hielp. Dat heb ik ook verteld en doorgegeven; hartelijk dank, ook uit naam van een paar jullie onbekende Afrikanen:)

 

Ik schrijf dit wederom zwetend onder de fan. Het is alweer de laatste nacht in Lome, morgen ga ik terug naar Accra. Ik heb uitslag van het zweten in de hitte, ben een kilo of twee aangekomen van het lekkere eten; het is wel weer goed zo.

 

 

Accra, 25 januari

Met Modou op de kralenmarkt, 2013

De taxirit terug naar Accra verliep voorspoedig. Helaas was er in het hotel geen electra dus ik wachtte buiten tot het donker viel en de generator werd gestart en ik onder de fan kon rusten en mijn telefoon kon opladen en de wekker kon zetten; de volgende dag stond ik om 4.30 op om de trotro (het lokale bestelbusje waar tussen de 15 en 25 man in gepropt worden) naar de kralenmarkt in Koforidua te nemen. Het was een beetje jammer dat ik bij de overstap naar de verkeerde plek werd gedirigeerd waardoor ik wederom anderhalf uur stond te wachten op vertrek maar enfin, om 9.30 was ik op de kralenmarkt. Ik zag vrienden en kennissen, kocht mooie kralen en verbaasde me voor de zoveelste keer over de blanken die mijn groet negeerden. Mijn theorie is dat ze de "echte Afrika ervaring" missen als ze land- of kleurgenoten zien. Stel je voor; dan ga je op avontuur -al dan niet met een reisgezelschap-, diep donker Afrika in en ontmoet daar een mede-Amsterdamse; dat haalt toch de hele spanning uit het gebeuren? Velen doen liever alsof ze niets zien.

 

Na een douche in het het hotel ging ik naar de locale bar, hier 'spot' genaamd, waar ik door John, waar ik al een paar keer prettig mee had zitten praten niet alleen op wat drankjes getracteerd werd (de eerste keer dit jaar, meestal draai je als blanke voor alle kosten op) maar ook werd uitgenodigd voor zijn huwelijk. Hij is al 10 jaar met zijn vrouw, ze hebben drie kinderen maar nu gaat het officieel met gouden ringen. Leuk, maar nog even aan mijn neef Daniel die hier een jaar gewoond heeft vragen of er niet een kerkdienst van vier uur aan vast zit en of ik daar eventueel onderuit kan komen.

 

In kennelijke staat hobbelde ik terug naar het hotel, voornemens om "Doctor Zhivago" op mijn laptop te bekijken. Er staat me zo'n scene bij waar ze in diepe sneeuw langs het spoor voortploeteren en dat leek me precies wat ik nodig had in deze hitte. Wie schetst mijn verbijstering dat het zakje met de stekker van mijn laptop, mijn telefoon- en cameraoplader niet was waar ik het gelaten had? Ik keek in mijn rugzak, mijn koffer en in alle tassen waar het kon zijn; weg. Een lichte paniek maakte zich van me meester; ik kan niet zonder laptop hier! En mijn camera? Zes jaar oud, vind daar nog maar eens een oplader voor. Ik stapte op de receptionist/barman af en meldde mijn probleem. Hij ging mee zoeken op mijn kamer. Het zakje was er niet. Hij liep naar buiten en vroeg het kamermeisje; die wist van niets. Ik had ondertussen de theorie geformuleerd dat een andere klant mijn sleutel van de tafel naast de nachtwaker had gepakt, ik was toch voor vijven vertrokken en de goede man lag zwaar te ronken toen ik hem wakker maakte om de deur te ontgrendelen; misschien had een andere hotelgast de gelegenheid benut even in mijn kamer te snuffelen. Alles zit op slot maar dit zakje met opladers zou misschien nog wat opbrengen. Met de wijze raad morgenochtend nog eens goed te kijken werd ik naar mijn kamer teruggestuurd waar een onrustige nacht volgde.

Erg vroeg keek ik mijn bagage weer na; niets. Na het ontbijt besprak ik het probleem met de eigenaar, verhaalde over mijn zorgen dat ik mijn laptop niet meer kon gebruiken -de accu is aan gort- en gaf hem de specificaties van het model mee; ik moet die stekker vinden! Teneergeslagen ging ik naar de toeristenwijk Osu voor rogge- en bruin brood, en vandaar door naar de moslimwijk Nima waar veel van mijn vrienden zitten. Ook daar verhaalde ik van mijn ongeluk. Ik bleef er een paar uur, leerde wat knopen, zag wat kralen maar mijn hoofd stond er niet naar. Even na tweeen keerde ik terug naar het hotel om een deel van de bagage alvast klaar voor verscheping te maken. Ik trok de tas met handel die ik uit Lome had meegenomen tevoorschijn, en haalde er wat beelden, wat armbanden, en.... mijn opladers uit. Oh wat een Basil-moment! De schaamte! Ik rende naar buiten, trok de receptionist mee en zei: "You have to beat me!" Ik was het liefst door de grond verzwolgen. Ik was er totaal van overtuigd dat ik het zakje met de opladers op het bureau had achtergelaten; dat ik het na Lome nog gezien had. Nee dus. Ik maakte uitgebreid mijn excuses, bood de receptionist en het kamermeisje een drankje aan en kan verder niet dan concluderen dat al wat jullie gelezen hebben onzin is. Als ik me hierin zo vergist heb is niets waar.

Sorry!